Ogen open, ogen dicht

Zuchtend staar ik voor me uit
de pen in mijn mond
de koffie haast koud.

Het papier is leeg
mijn nagels op
de plantjes moeten water.

Krampachtig knijp ik mijn ogen dicht
om de grijze klei
het vlakke land.

Haast kale bomen
schapen dik gekleed
een lucht zonder kleur.

De blik weer naar buiten
een meeuw zoeft links-rechts
de stenen zijn nat.

Mijn uitzicht wordt inzicht:
ik blijf wel binnen
het papier is al vol.









Zuchtend staar ik voor me uit

de pen in mijn mond

de koffie haast koud.

Het papier is leeg

mijn nagels op

de plantjes moeten water.

Krampachtig knijp ik mijn ogen dicht

om de grijze klei

het vlakke land.

Haast kale bomen,

schapen dik gekleed

een lucht zonder kleur.

De blik weer naar buiten

een meeuw zoeft links-rechts

de stenen zijn nat.

Mijn uitzicht wordt inzicht:

ik blijf wel binnen.

het papier is al vol.

de pen in mijn mond

de koffie haast koud.

Het papier is leeg

mijn nagels op

de plantjes moeten water.

Krampachtig knijp ik mijn ogen dicht

om de grijze klei

het vlakke land.

Haast kale bomen,

schapen dik gekleed

een lucht zonder kleur.

De blik weer naar buiten

een meeuw zoeft links-rechts

de stenen zijn nat.

Mijn uitzicht wordt inzicht:

ik blijf wel binnen.

het papier is al vol.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord